Behandeling van chronische whiplash: Wat werkt (niet)?!

Liesbeth Daenen & Jo Nijs

Universiteit Antwerpen, Artesis Hogeschool Antwerpen en Vrije Universiteit Brussel

website CHROnische PIjn en chronische VERmoeidheid: www.CHROPIVER.be

 

Chronische pijn en andere ongemakken treden op bij 15-40% van de patiënten na een acuut whiplash trauma. Chronische whiplash wordt, naast aanhoudende nekpijn, gekenmerkt door overgevoeligheid voor licht, geluid en geur, concentratiestoornissen, vermoeidheid, duizeligheid en slaapstoornissen Bij de meeste chronische whiplash patiënten zijn er ook disfuncties zoals een verminderde nekbeweeglijkheid, een verhoogde spierspanning en een minder nauwkeurige controle van de spieren ter hoogte van de nek aanwezig.

 

Behandelingen die enkel gericht zijn op het verbeteren van deze disfuncties blijken niet succesvol te zijn. Dat is ook logisch want uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de kern van het probleem zich niet situeert ter hoogte van de nek maar wel in het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg). De ‘onverklaarbare’ pijnen worden bijgevolg verklaard door een slecht functioneren van de centrale pijnverwerkingsmechanismen en een overgevoelig centraal zenuwstelsel.

 

Met oog op het beste therapeutische effect, is het aangewezen dat de behandelingsstrategieën zijn aangepast aan de meest recente bevindingen. Hieronder geven we, op basis van de huidige wetenschappelijke kennis, een overzicht van de behandelingsstrategieën die (niet) aangewezen zijn bij patiënten met chronische whiplash klachten. Als patiënt kan u aan de hand van onderstaande lijst aftoetsen of u een behandeling krijgt die up-to-date en wetenschappelijk gefundeerd is.

 

Behandelingsstrategieën met UITSTEKEND bewijs van gunstig effect:

-         Momenteel niet voorhanden

 

Behandelingsstrategieën die aan te raden zijn (GOED bewijs van gunstig effect):

-         Advies tot ‘normaal bewegen’; uw therapeut stimuleert u tot meer fysieke activiteit

-         Actieve oefeningen (in combinatie met advies):

o      Uitvoeren dagelijkse activiteiten en functionele oefeningen

o      Oefeningen ter verbetering van de beweeglijkheid

o      Oefeningen ter verbetering van kracht van de (diepe) nek- en schouderspieren

 

Behandelingsstrategieën die kunnen ondernomen worden indien gunstig effect op herstel (MATIG bewijs van gunstig effect):

-         Gedragsgeoriënteerde aanpak (therapie die gericht is op het veranderen van onrealistische gedachten omtrent pijn en ziekte die een nadelige invloed hebben op het functioneren)

-         Passieve bewegingstechnieken (in combinatie met actieve therapie)

-         Multimodale therapie (combinatie van ontspannings-, spiercontrole- en houdingsoefeningen, educatie, manuele technieken en zelfmanagement programma)

-         Indien u te kampen heeft met duizeligheid: vestibulaire revalidatie of evenwichtstraining

-         Indien men bij u facetgewrichtspijn heeft vastgesteld: radiofrequentie neurotomie

-         Onderhuidse steriele waterinspuitingen (enkel in uitzonderlijke en geselecteerde gevallen)

 

Behandelingsstrategieën die niet aangewezen zijn (GEEN bewijs van gunstig effect – UITSTEKEND bewijs van nadelig effect)

-         Halskraag

-         Voorgeschreven rust

 

Behandelingsstrategieën die niet aangewezen zijn (GEEN bewijs van gunstig effect)

-         Chirurgie

-         Nekkussens

-         Intrathecale en intra-articulaire inspuitingen (inspuitingen in wervelkanaal en -gewrichten)

-         Botox inspuitingen

-         Electrotherapie

-         Pijndempende inspuitingen

 

Bron: TRACsa: Trauma and Injury Recovery. Clinical guidelines for best practice management of acute and chronic whiplash-associated disorders. TRACsa, Adelaide: November 2008.